Stel: u bent cultuurminnend en besluit toteen citytrip naar Londen. Negentig procent kans dat de National Gallery, Tate Modern, het British Museum en het V&A op het programma staan. Helaas wordt dan de weg naar de Wallace Collection wat moeilijker gevonden. Het sympathieke museum, gevestigdin een oud burgerhuis, ligt echter op loopafstand van de andere toeristische hoogtepunten. Bovendienis het gratis toegankelijk, zeven dagen per week geopend, en voorzien van, volgens henzelf,een van de best bewaarde geheimen van Londen, het Wallace Restaurant. Dat ligt op de overdekte binnenplaats en u kunt er terecht voor een kopje koffie, maar ook voor een ontbijt, de lunch en natuurlijk voor de obligate Engelse ‘afternoon tea’. Maar de echte trekpleister is natuurlijk de indrukwekkende collectie in een minstens even indrukwekkende ambiance. De privé collectie van Sir Richard Wallace hangt namelijk nog steeds in zijn oude woning: het Hertfort House op Manchester Square. In de perfect gerenoveerde laat achttiende-eeuwse salons hangen zeventiende-,achttiende- en negentiende-eeuwse meesterwerken,van onder andere Rubens, Van Dyck, Rembrandt, Hals, Titiaan en Fragonard. Ook zijn er drie kamers boordevol harnassen en wapens.



Niets in het depot

“Met 1300 Europese wapens en harnassen is onzeverzameling tamelijk klein. Sommige musea hebben er tienduizenden, maar dan zit het grootste gedeelte in een depot. Wij tonen permanent alles wat we hebben. Onze collectie is gesloten. Wij kopen geen nieuwe objecten en lenen ook nietsuit. Dat waren de eisen van Lady Wallace, de weduwe van Sir Richard, die na haar dood in 1897de collectie na liet aan de Britse staat,” legt Tobias Capwell uit. Deze Amerikaan is sinds 2006de curator van de harnas- en wapenafdeling vandit Londense museum. Met zijn komst kreeg decollectie een nieuw elan. Bijna dertig jaar lang was er geen fulltime curator aanwezig. Toen beheerd en twee conservatoren de wapencollectie. “Een curator doet meer dan tentoonstellingen maken. Hij verzorgt de objecten en doet wetenschappelijk onderzoek, maar hij is vooral de belangrijkste ambassadeur van de collectie. Toen ik hier kwam, was dat mijn voornaamste doel. Ik wil mensen er continu aan herinneren hoe belangrijkdeze collectie is. Anders raakt ze in de vergetelheid. Dus stelde ik een tienjaren plan op met verschillende publicaties, die elk een andere insteek hadden: artistiek, technisch of menselijk. Zo spreek ik estheten, kenners en leken aan ” 

Titanenklus
Capwells laatste wapenfeit is een cd-rom, waarophij álle catalogi van The Wallace Collection van1900 tot nu verzamelde. “The Wallace Collection heeft altijd specialisten in dienst gehad die de harnas- en wapen collectie ontzettend goed documenteerden. Elke generatie maakte zijn eigen catalogus: stuk voor stuk topwerken. Maar helaas zijn de oude exemplaren steeds moeilijker te vinden. Ze worden al jaren niet meer gedrukt en antiquarisch kosten ze veel geld. Ook fysiek is het niet echt praktisch: voor dat alle boeken op dejuiste pagina liggen, ben je een halve dag verder. Dus wilde ik een digitale versie maken, waarin alle catalogus teksten betreffende een bepaald object met een paar muisklikken terug te vinden zijn.Een titanenklus. Ik begon er aan op de dag
dat ik hier in dienst trad. De lastigste taak was de correctie. Een tik foutje heeft in een digitale bron veel grotere gevolgen dan in een gedrukt boek. Het maakt een deel van de catalogus onvindbaar. En als je weet dat er een half miljoen woorden in staan,begrijp je hoe tijdrovend dat karwei was,” legt Capwell uit.



  Rapier, Engels gevest, ca. 1605-1615.


Zestig favorieten

Ontzettend trots is hij op zijn digitale  biblio-theek. Maar het blijft natuurlijk typisch een heb- beding voor de kenners. Het staat vol technische beschrijvingen,  afmetingen  en   vergelijkingen met andere collecties.  “Op  die  cd’s staat alles,behalve de verhalen achter de objecten. Wat be- tekenden ze voor de mensen die ze gebruikten? Wie maakte deze objecten? Wie droeg dat har- nas? Zulke vragen zijn voor  mij minstens even belangrijk. Dus maakte ik, samen met de hoofd- conservator David  Edge,  nog een tweede boek over de sociale context getiteld: ‘Masterpieces of the European Arms and Armour in the Wallace Collection’. Ik koos mijn zestig favorieten uit de collectie en schreef bij elk daarvan een tekst over de af komst, het religieuze kader of de morele la- ding. Maar evengoed over de grappige anekdotes die ermee gepaard gaan. Het zijn geen typische catalogusteksten. Wanneer de  Mona  Lisa pre- cies is gemaakt en met welk type verf, boeit me niet zo. Dat Leonardo da Vinci het werk echter nooit verkocht, het boven zijn bed hing en er elke avond uren naar zat te kijken, vind ik veel inte- ressanter. Verhalen laten een kunstwerk tot leven komen.” Geldt dat ook voor een harnas? “Abso- luut. Zo’n pantser was maatwerk. Het moest de persoonlijkheid van de drager uitstralen. En dat doet het nog steeds.  Via  een harnas heeft men een heel directe en  persoonlijke band met het verleden. Nog veel krachtiger dan bij een portret. Dat blijft toch verf op een houten paneel. Als ik naast het harnas van Henry VIII sta, sta ik naast Henry VIII zelf.”

Computertaal
Een relatie met het verleden is interessant, maarheeft al dat oud ijzer ook nog een hedendaagse waarde? Oftewel: wat moeten wij als 21e-eeuwer met  die  middeleeuwse  moordwapens? “Tegen- woordig laten we ons leven leiden door compu- ters. Daardoor nemen we steeds meer de binaire denkwijze van computers over. Het is aan of uit,1  of 0, daartussen zit niets. Wapens herinneren me eraan dat de wereld níet zo simpel in elkaar zit. Denk maar aan de conflicten van tegenwoor- dig. Dat zijn geen verhalen over slechte mensen, maar over gewone mensen die gruwelijke dingen doen en ’s avonds toch gewoon terugkeren naar hun gezin. Mensen zijn tegenstrijdige, complexe wezens. Mijn vakgebied helpt me om dat te be- grijpen.  Veel mensen vinden dat een  wapen of harnas, dat per definitie gewelddadig en agressief is, nooit mooi kan zijn. Er heerst een heel zwart- witbeeld over goed en kwaad.  Voor de grijze, meer complexe, zones is er steeds minder plaats. De fotograaf van het eerste boek dat ik over The Wallace Collection  maakte,  Carlo  Paggiarino, slaagde erin om die dualiteit te vatten. Zijn beel- den zijn beangstigend en esthetisch tegelijk. Om de nadruk te leggen op de  visuele schoonheid, lieten we de bijschriften achterwege. Alleen ach- teraan staat er een heel korte uitleg bij de voor- werpen.  

Dit  boek helpt mensen begrijpen hoe mooi de collectie is.”Perfect momentHet was een slimme zet van Capwell om de suc-cesvolle Italiaanse  reclamefotograaf Carlo  Pag- giarino in de arm te nemen voor het koffietafel- boek uit 2008.  “Eigenlijk  was het  andersom,” weerlegt  de  Italiaanse   kunstenaar.  “Ik  stelde Tobias voor om een boek te maken. We kenden elkaar al lang, omdat ik zelf een groot lief hebber en  verzamelaar van harnassen en wapens ben. Ter wereld zijn er maar zo’n drieduizend collectioneurs, dus iedereen kent elkaar. Tobias kende bovendien mijn eerste boek, dat ik vijf jaar ge- leden maakte over de harnas- en wapencollectie van een Noord-Italiaans kasteel: ‘Churburg Ar- mory’. Ik ben eigenlijk een reclamefotograaf en gespecialiseerd in  alles wat blinkt,  zoals auto’s, juwelen en horloges. Het idee om mijn job te ver- enigen met mijn grote passie, harnassen en wapens, kwam van de vorig jaar overleden Claude Blair.  Hij  was een autoriteit op het  gebied van Europees  wapentuig  en  ik  beschouw  hem  als mijn mentor. Ik vond het meteen een fantastisch idee. Nagenoeg alle collecties van harnassen en wapens werden destijds immers nog ontzettendouderwets gefotografeerd. Bij het Churburg-project deed ik dat anders en dat beviel me zó goed, dat mijn handen jeukten  om meer collecties te shooten,” vertelt Paggiarino gepassioneerd. “Gelukkig waren  Tobias en David  even enthousi- ast als ik. Toen de tentoonstellingszalen van de wapens werden vernieuwd, was dat het perfecte moment. Ik richtte een van de drie kamers in als studio en fotografeerde daar zes weken lang. Ik voelde me als een kind in een snoepwinkel. Mijn passie voor het  onderwerp  hielp me om betere foto’s te  maken. Ik kende de objecten en deed mijn huiswerk, dus kon ik de juiste details tonen, zoals het mechanisme of restauraties. Dat is van buitenaf onzichtbaar en blijft dus verborgen voor de gewone museumbezoeker. Het boek compenseert dat.”

  Veldwapenuitrusting, vermoedelijkvan Wladislas, koning van Bohemiëen Hongarije. Zuid-Duitsland, ca.1510. Deze uitrusting is een zeermooi voorbeeld van een Duits ontwerpuit het begin van de zestiende eeuw, op het moment dat de verlengde en zwaar gegroefde gotischestijl verdween en een eenvoudiger,breder en meer esthetische Italiaansestijl zijn intrede deed.


Perfect moment

Het was een slimme zet van Capwell om de succesvolle Italiaanse  reclamefotograaf Carlo  Paggiarino in de arm te nemen voor het koffietafelboek uit 2008.  “Eigenlijk  was het  andersom,” weerlegt  de  Italiaanse   kunstenaar.  “Ik  stelde Tobias voor om een boek te maken. We kenden elkaar al lang, omdat ik zelf een groot lief hebber en  verzamelaar van harnassen en wapens ben. Ter wereld zijn er maar zo’n drieduizend collectioneurs, dus iedereen kent elkaar. Tobias kende bovendien mijn eerste boek, dat ik vijf jaar geleden maakte over de harnasen wapencollectie van een Noord-Italiaans kasteel: ‘Churburg Armory’. Ik ben eigenlijk een reclamefotograaf en gespecialiseerd in  alles wat blinkt,  zoals auto’s, juwelen en horloges. Het idee om mijn job te verenigen met mijn grote passie, harnassen en wapens, kwam van de vorig jaar overleden Claude Blair.  Hij  was een autoriteit op het  gebied van Europees  wapentuig  en  ik  beschouw  hem  als mijn mentor. Ik vond het meteen een fantastisch idee. Nagenoeg alle collecties van harnassen en wapens werden destijds immers nog ontzettend ouderwets gefotografeerd. Bij het Churburg-project deed ik dat anders en dat beviel me zó goed, dat mijn handen jeukten  om meer collecties te shooten,” vertelt Paggiarino gepassioneerd. “Gelukkig waren Tobias en David  even enthousiast als ik. Toen de tentoonstellingszalen van de wapens werden vernieuwd, was dat het perfecte moment. Ik richtte een van de drie kamers in als studio en fotografeerde daar zes weken lang. Ik voelde me als een kind in een snoepwinkel. Mijn passie voor het  onderwerp  hielp me om betere foto’s te  maken. Ik kende de objecten en deed mijn huiswerk, dus kon ik de juiste details tonen, zoals het mechanisme of restauraties. Dat is van buitenaf onzichtbaar en blijft dus verborgen voor de gewone museumbezoeker. Het boek compenseert dat.”


Gesloten helm uit Zuid-Duitsland,ca. 1530. Dit typische dierenmaskerbeeldt een arendskop uit, hier meesterlijkuitgewerkt. De gesculpteerdekop is gedetailleerd uitgewerkt metpluimen en twee origineel koperenklinknagels als ogen.
   


Exclusiviteit
 
Harnassen   verzamelen  is  een   zeldzaamheid.Waar  komt  bij  Paggiarino  die  fascinatie  van- daan? “Ik kreeg de liefde mee van mijn vader, die vooral Japanse harnassen en vuurwapens verza- melde. Zelf collectioneer ik vooral Europese harnassen uit de gotiek en de renaissance tot 1550. Die zijn sober en werden écht gemaakt om mee te vechten, niet om mee te pronken. Latere har-nassen zijn vaak verguld en  zwaar gedecoreerd. Mij  gaat het echt om de  vorm. Ik vergelijk het graag met de mode van de Japanse designer Issey Miyake en de Italiaan Roberto Cavalli. De eerste werkt heel inventief met plissé, terwijl de tweede gewoon zoveel mogelijk kleuren en patronen bij elkaar smijt. Dat heeft weinig met design te maken. Het is me een raadsel hoe hij dat verkocht krijgt,” lacht Paggiarino spottend. Hoe zit het met de verkoop van zijn eigen boeken? “Een  werk over harnassen blijft  natuurlijk een  nicheproduct.  Maar  mijn  uitgever  Hans Prunner drukt van elk boek maar tweeduizend of duizend exemplaren.  Die exclusiviteit maakt het boek veel waardevoller. Ook de distributie is heel selectief. De boeken zijn uitsluitend online te koop of in het museum. Onlangs presenteerde ik mijn derde boek: een tweedelige  uitgave over de Royal Armouries. En ik ben alweer bezig met nieuwe projecten, maar die blijven nog even geheim.”



Steekspelen

De  volgende stap in Capwells  tienjarenplan  iseen grootse tentoonstelling in 2012. “Sinds de renovatie in het jaar 2000 heeft de Wallace Collection speciale ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen. Helaas  zijn die tot nu toe  nog nooit voor een expositie over harnassen of wapens gebruikt. Daar komt nu verandering in. Met een expositie kun je weer een ander licht op de rijkdom van de collectie werpen, door ze te combineren met topstukken uit  andere verzamelingen,”  aldus Capwell.  “Als  onderwerp voor de expositie koos ik het zwaard: een essentieel object uit de collectie, dat de dualiteit mooi en gevaarlijk samenvat. Al gedurende duizenden jaren is het een machtsymbool en vaak zijn het prachtige  kunstobjecten: ontzettend kostbaar en uitbundig versierd. Maar natuurlijk werden ze in de eerste plaats gemaakt om andere mensen te doden. Ik wil de bezoekers confronteren met die complexe dubbelheid.” Zwaarden liggen Tobias Capwell na aan het hart. Als  student Engelse  Literatuur schreef hij zijn thesis over de tradities van middeleeuwse en renaissance zwaardgevechten, zoals die beschreven werden in de boeken uit die tijd. Na zijn studies trok hij naar Engeland op uitnodiging van Royal Armouries:  het  nationale  museum voor wapens en  harnassen.  Dat  was  begin  jaren  negentig. “Toen werd het oorspronkelijke museum in  de Tower uitgebreid met nieuwe locaties in Hamp- shire en Leeds.  In  Leeds wilden ze  graag een steekspelprogramma opstarten, om te tonen hoe harnassen en wapens vroeger  gebruikt werden. Daar zochten ze mensen voor die dat zelf deden.


Knuppel, zogenaamde goedendag.Noord-Italië, Milaan, ca. 1550-1600. Opde bol zijn verschillende mythische

Ik was toen nét een paar jaar actief als steekspeler en werkte een jaar aan de organisatie,” herinnert Capwell zich. “Daar  ontdekte ik dat werken in een museum écht iets voor mij was. Ik begon aan mijn doctoraat bij het instituut voor middeleeuwse studies aan de universiteit van Leeds, om zo curator te kunnen worden. Daarna was ik drie jaar curator van het wapenmuseum in Glasgow, om vervolgens bij de Wallace Collection te belanden. Een droom die uitkwam. Al sinds  mijn eerste bezoek in 1992 was ik verliefd op dit museum.” 



Marc Sluszny uit Antwerpen is liefhebber en verzamelaar van harnassen en wapentuig“Mijn grootvader was een harnasverzamelaar en als kind keek ik mijn ogen uit. Ik waande me in eenwereld van ridders en kastelen. Na zijn dood erfde ik een aantal stukken uit zijn verzameling, maar de meeste kocht ik zelf. Ik heb een zestiende-eeuwse maliënkolder in zeldzaam goede staat. Ook bezit ik een paar dubbelhandige zwaarden uit 1550 en een volledig harnas met borst, benen, armen, handen en helm. Dat vind je bijna nooit. Ik koop meestal van andere verzamelaars die ermee stoppen of bij antiekhandelaren. Helaas zijn er weinig goede objecten in omloop. Bovendien zijn mijn ruimte en budget ook beperkt. Het is een tamelijk dure hobby. Waarom ik liever een harnas dan een schilderij aan de muur hang? Het is driedimensionaal, je kunt het aanraken en er kleeft een verhaal aan. Ik verzamel vooral oude harnassen en wapens die gemaakt zijn om te gebruiken. Sierstukken uit de acht- tiende of negentiende eeuw vind ik minder boeiend. Ik ben erg gehecht aan mijn collectie en zal niet snel iets verkopen. Tenzij ik het kan ruilen tegen een beter voorwerp.”`


Gotscha Lagidse uit Roosendaal is restaurateur en vervaardiger van harnassen en wapentuig“ Tot mijn dertigste woonde ik in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Mijn geboorteland is enorm rijkaan ridderverhalen. Als tiener was ik al helemaal in de ban van harnassen en wapens en maakte ik zelf een maliënkolder en een traditionele helm. Tijdens mijn ingenieursstudie werkte ik in het Rijks- museum van Georgië, aan de reconstructie van de nationale wapenuitrusting. Na het project boden ze me een baan aan. Zo rolde ik in het vak. Mijn ingenieursdiploma heb ik nog nooit gebruikt. Toen ik in 1995 naar Nederland kwam, ging ik op dezelfde voet verder. Van het Legermuseum in Delft kreeg ik de opdracht om een replica te maken van het harnas van prins Maurits  van Oranje. Het is perfect draagbaar,  maar ik pas er helaas niet in.  Maurits  was maar 1.65 m. Zulke opdrachten zijn fantastisch, maar meestal vragen musea mij voor restauraties. Ik heb ook een paar particulieren die een harnas bij mij bestellen, maar dat is alleen weggelegd voor de happy few.

Het artikel over Wapentuig is aangeleverd door Collect en Kunst en Antiek Journaal en staat in de laatste uitgave. Lees hier meer over het KAJ.